Organiseer die systeeminnovatie

energietransitie
Hoe kan het dat minister Kamp in zijn vorige maand verschenen Energierapport treffend de voetangels en klemmen schetst van de transitie naar een CO2-arme samenleving, maar vervolgens een heilloze Energiedialoog voorstelt? Om verder te komen moet hij de noodzakelijke innovatie krachtig ter hand nemen.
[Column verschenen in De Ingenieur]
In zijn Energierapport heeft minister Kamp de dilemma’s die spelen bij de overgang naar een CO2-arme energiehuishouding evenwichtig in kaart gebracht. Op tal van terreinen, zoals de energie-intensieve industrie, ruimteverwarming, energieopwekking en mobiliteit zijn systeeminnovaties noodzakelijk. De minister schuwt daarbij kernenergie en de opslag van CO2 niet, die weliswaar omstreden zijn, maar wellicht onmisbaar om de ingrijpende doelstellingen te bereiken. Het toont een frisse blik, die de heilige huisjes in de energiediscussies niet ontziet.

En wat is dan vervolgens het handelingsperspectief dat de minister schetst: de Energiedialoog. Ik noem dat een zwaktebod. Als we geen idee hebben wat te doen, dan maar een dialoog. Maar de uitkomst daarvan ligt al op voorhand vast. Zonder enige dwang tot welke overeenstemming dan ook te komen gaat iedereen weer zijn eigen stokpaardjes berijden. Kortom, we herhalen nog eens onze ingesleten meningen die we sinds de oliecrisis van de jaren zeventig over het energiesysteem hebben gevormd.

Terwijl het zo voor de hand ligt wat de overheid zou moeten doen: zet alles op alles om die noodzakelijke systeeminnovaties daadwerkelijk van de grond te krijgen. Hoe? Door alle belangrijke stakeholders - kennisinstellingen, bedrijfsleven, organisaties van gebruikers en de overheid zelf -collectief eigenaar te maken van de innovatieopgave en duidelijke doelen af te spreken. In 2020 moet het transport zoveel schoner zijn, in 2030 krijgt de chemische procesindustrie zijn eerste proeffabrieken, enzovoorts. Bij een dialoog mag je op zijn best hopen dat die iets oplevert, maar hier ligt het resultaat vast, en daar wordt vervolgens ook op gestuurd.

Ik ontleen dit idee aan wat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid indertijd in zijn rapport Innovatie vernieuwd de creatie van Third Spaces noemde. De kern daarvan is dat de deelnemers aan de innovatieopgave hun eigen afrekencriteria moeten loslaten. Voor het bedrijfsleven is dat de eis van rendement, voor de wetenschapper de publicatie in een peer reviewed tijdschrift, voor de organisatie het versterken van de eigen agenda en voor de overheid het behoud van haar machtspositie. Dat alles telt hier niet meer, alleen het behalen van het geformuleerde resultaat is van belang.

Deze benadering sluit aan bij wat inmiddels in karrevrachten literatuur is geschreven over verandermanagement, het doorbreken van bestaande praktijken. Dat is weliswaar veel minder gemakkelijk dan het organiseren van zo’n dialoog, maar biedt wel een actieperspectief met kans op resultaat. En de enige partij die dit type innovatie kan organiseren is de overheid. Dus minister Kamp, besteedt daar uw tijd aan, en verspil die niet met de zoveelste dialoog.